Direct naar inhoud

Prijskaartje van €800 miljoen voor invoering verplichte acceptatie van contant geld

Published on:

De maatschappelijke kosten voor het invoeren van een wettelijk verplichte acceptatie van contant geld aan de toonbank, bedragen €800 miljoen of meer in het eerste jaar. Daarna belopen de jaarlijks terugkerende extra kosten minimaal €60 miljoen. Vooral tank- en oplaadstations, de parkeersector en het openbaar vervoer zouden diep in de buidel moeten tasten om contant betalen overal en altijd mogelijk te maken. Dat blijkt uit onderzoek door SEO Economisch Onderzoek in opdracht van Betaalvereniging Nederland en Nederlandse toonbankondernemers (detailhandel, horeca en tankstations).

Gestapelde euromunten op een lichte ondergrond met vage eurobiljetten op de achtergrond, symbool voor contant geld en kosten.

Zowel in de EU als in Nederland wordt aan wetgeving gewerkt die toonbankinstellingen verplicht om contant geld aan te nemen van klanten en burgers die daarmee willen betalen. Nu kunnen toonbankinstellingen contant geld nog weigeren en niettemin kun je bij 96% van de Nederlandse toonbanklocaties cash afrekenen.

foto van iemand die met een biljet van €20 betaalt

Toonbankinstellingen en de Betaalvereniging willen graag bijdragen aan een goede en betaalbare acceptatie van contant geld, voor iedereen die dat nodig heeft. Daarom hebben ze in 2022 met De Nederlandsche Bank het Convenant Contant Geld afgesloten, samen met de grote banken, Consumentenbond, Geldmaat, ouderenorganisaties en Ieder(in). Een toekomstige wettelijke acceptatieplicht zou rekening moeten houden met de zorgen en bezwaren van toonbankinstellingen, zoals het Convenant die reeds onderkent, vooral als het om de veiligheid van medewerkers en klanten gaat.

Hoge investering voor publieksvoorzieningen

Het SEO-onderzoek laat zien wat Nederlandse toonbankinstellingen éénmalig zouden moeten investeren in een verplichte volledige acceptatie van contant geld en wat de jaarlijks terugkerende extra kosten zouden bedragen. SEO heeft dit onderzocht bij acht soorten instellingen waar consumenten aan de balie of bij een verkoopautomaat kunnen betalen: gemeenten, openbaar vervoer, zorginstellingen, cultuur en amusement, betaald parkeren, tank- en oplaadstations, detailhandel en horeca. De hoogste geschatte kosten voor het (her)invoeren van contant betalen, komen terecht bij veelgebruikte publieksvoorzieningen: openbaar vervoer, tanken, opladen, parkeren.

De éénmalige investeringen zijn onder andere nodig voor het aanpassen of vervangen van onbemenste verkoopautomaten die alleen pinbetalingen ondersteunen, zoals oplaadpalen, parkeerautomaten en kaartjesautomaten. Bij bemenste cashloze verkooppunten moeten goed beveiligde geldkassa’s en geldkluizen worden ingericht.

De terugkerende kosten omvatten onder andere:

Minder cash omwille van veiligheid

Toonbankinstellingen die beperkt of geen contant geld aannemen, doen dat vooral om veiligheidsredenen. Dat geldt zeker voor instellingen op afgelegen locaties of die ’s avonds en ’s nachts open zijn, zoals horeca, bemenste tankstations, openbaar vervoer, bioscopen en theaters. Hetzelfde geldt voor verkoopautomaten in de openbare ruimte, zoals parkeerautomaten en onbemenste tank- en oplaadstations.

Overigens rekent SEO in zijn ramingen diverse kosten niet mee die met extra beveiliging van contant geld te maken hebben. Denk aan extra kosten voor bewakingscamera’s en -personeel, alarmsystemen, verzekeringen voor diefstal, slachtofferhulp, inbraak en vandalisme en aanvullende veiligheidstraining van winkelpersoneel en kassamedewerkers.

Lees het volledige onderzoeksrapport van SEO Economisch Onderzoek…

Gerelateerde artikelen